20210127 - vrouwe Justitia

Parlementaire immuniteit als duizenddingendoekje

Donderdag 4 november 2021 diende de zaak die FDF heeft aangespannen tegen de Staat over de vermelding van FDF in een rapport van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). In het NCTV-rapport uit mei 2020 lijken acties die niet hadden plaatsgevonden tijdens demonstraties georganiseerd door FDF, wel te worden toegeschreven aan FDF.

Onrechtmatig handelen

Volgens Farmers Defence Force heeft de Staat onrechtmatig gehandeld, door met de publicatie van het rapport ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 52’ openlijk en in strijd met de waarheid te stellen of te suggereren, dat Farmers Defence Force terroristische activiteiten ontplooit en zich schuldig heeft gemaakt aan (andere) strafbare feiten. Farmers Defence Force vordert een verklaring voor recht, dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld en een immateriële schadevergoeding van € 10.000,00.

Schikking

De zaak is door de rechter aangehouden tot 25 november 2021 omdat er mogelijk uitzicht is op een schikking tussen FDF en de Staat. FDF is bereid om een rectificatie van de Staat te accepteren. Die rectificatie zal moeten worden geplaatst op alle overheidswebsites waarop het NCTV-rapport heeft gestaan. Ook zal NCTV deze rectificatie moeten doorgeven aan de minister van Justitie, Ferd Grapperhaus.

Herhaling van zetten

Mocht een schikking tot stand komen dan wordt dit in feite ‘een herhaling van zetten’. De Staat vloog met betrekking tot FDF immers al eens flink uit de bocht, met de uitzending van Opsporing Verzocht waar de Staat FDF, volledig zonder enige onderbouwing betrok bij brandstichting. FDF klaagde de Staat aan en de rechter oordeelde destijds, vrij vertaald, dat de Staat ‘nepnieuws’ had verspreid met haar verdachtmakingen aan het adres van FDF.

FDF vroeg in mei 2020 direct na de publicatie van het DTN 52, rectificatie aan bij de Staat. Die weigerde dit. Echter, wij hebben helaas vastgesteld dat veel journalisten, media, burgers en boeren die de tekst hebben gelezen, deze ervaren zoals wij dat ook hebben gedaan: dat de Staat wel degelijk FDF beschuldigde van strafbare zaken.

Parlementaire immuniteit

Omdat het DTN 52 door de minister aan de Tweede Kamer is verzonden, beroept de Staat zich op de parlementaire immuniteit van artikel 71 van de Grondwet. Volgens FDF juridisch adviseur, Max Hazekamp, kan dat beroep niet slagen. Hij voerde onder meer de volgende argumenten aan:

1.2. HET STANDPUNT VAN FDF C.S.

1.2.1. FDF c.s. bestrijden, dat het ontvankelijkheidsverweer van de Staat kan slagen. De gewraakte uitlatingen zijn gedaan door de NCTV in het DTN 52. FDF c.s. onderkennen, dat het DTN 52 aan de Tweede Kamer zijn verzonden door de minister, als bijlage bij een Kamerbrief. Echter, het DTN 52 is ook zelfstandig geopenbaard door de NCTV en de AIVD op hun websites (nt. 3). Ook zonder de Kamerbrief als begeleidend document.[1] Volgens FDF c.s. kan de Staat zich onder die omstandigheden niet met succes beroepen op de parlementaire immuniteit van art. 71 GW. De NCTV heeft de gewraakte uitlatingen ook voor zijn rekening genomen. De NCTV en niet de minister heeft gereageerd op de klacht van FDF c.s. Het DTN 52 is in zoverre vergelijkbaar met een publicatie van de Volkskrant, die toevallig ook door een bewindspersoon in het parlementaire debat is gebracht om zijn argument kracht bij te zetten. De Volkskrant kan zich vervolgens ook niet met succes verschuilen achter de parlementaire immuniteit. In Cordova t. Italië overwoog het EHRM niet voor niets, dat een beroep op de parlementaire immuniteit niet kan slagen, als geen evident verband bestaat tussen de betrokken uitlatingen en een parlementaire ativiteit.4

1.2.1.1. Een andere opvatting kan leiden tot de onwenselijke situatie, dat bewindspersonen de Staat en anderen opzettelijk kunnen behoeden voor aansprakelijkheid wegens onrechtmatige, diffamerende uitlatingen — gedaan en zelfstandig geopenbaard door andere direct of indirect door hen beheerde organen — door die uitlatingen vervolgens in het parlementaire debat te brengen. Dat risico is nu nog niet groot. Maar wat te doen, als wij niet langer een (relatief) keurig VVD/CDAD66/CU-kabinet hebben,[5] maar een kabinet zoals dat van Vladimir Poetin (Rusland), Mateusz Morawiecki (Polen) of Viktor Orbin (Hongarije)? De beschermende functie van de Gw moet ook nog kunnen worden ingeroepen als partijen aan de macht komen, die de fundamentele rechten en vrijheden minder hoog in het vaandel dragen.[6] Daarmee is niet verenigbaar, dat diezelfde Gw nu extensief wordt uitgelegd in het voordeel van de Staat. Toegegeven: onze bewindspersonen zweren of beloven trouw aan de Gw en — vooral — een getrouwe vervulling van hun ambt.[7] Maar op 30 januari 1933 deed Adolf Hitler hetzelfde.[8] De eed of belofte is dus geen garantie tegen misbruik.

“De Staat gebruikt de parlementaire immuniteit als een soort van ‘duizenddingendoekje’, en dat kan niet de bedoeling zijn”, aldus Doeko Bosscher, een advocaat die ook aanwezig was op de zitting.

Omdat voor FDF, herstel van de goede naam en eer de allerbelangrijkste reden is voor het opstarten van deze zaak, heeft FDF de Staat aangeboden om te schikken. Beide partijen gaan de komende twee weken hun best doen om tot overeenstemming te komen. Wordt vervolgd tot uiterlijk 25 november!

Het FDF-Bestuur

5 november 2021

De complete pleitnotitie kan hier worden gelezen.

Tags: geen tags