FDF

Inhoudelijke reactie FDF op het TLGD

Het Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe – TLGD, presenteert zich als een toekomstvisie voor het Drentse platteland. Maar bij nadere bestudering blijkt het vooral een programma te zijn voor natuur-, water- en stikstofdoelen, waarbij landbouw voornamelijk wordt gezien als een sector die moet worden aangepast, ingeperkt of getransformeerd. Dat is een fundamenteel probleem.

Voedselproductie is geen bijzaak van het landelijk gebied; het is één van de primaire functies ervan.

Toch ontbreekt in het TLGD een heldere ambitie voor het behoud van de agrarische productiecapaciteit van Drenthe. Er wordt uitvoerig beschreven hoeveel natuur hersteld moet worden, hoeveel stikstof moet worden gereduceerd en hoe waterpeilen moeten worden aangepast, maar nergens wordt concreet gemaakt hoeveel voedselproductie de provincie wil behouden of versterken.

Daarmee dreigt de landbouw van doel naar middel te verschuiven.

Het plan wekt de indruk dat de provincie exact weet hoeveel natuur er nodig is, maar niet hoeveel boeren er nodig zijn. Dat is een gevaarlijke benadering voor een provincie die voor een groot deel haar identiteit, economie en landschap ontleent aan de landbouw.

Landbouw is geen obstakel, maar de drager van het landschap.

Een volgende zwakte van het TLGD is de impliciete aanname dat natuurwinst automatisch ontstaat wanneer landbouw terugtreedt. De geschiedenis van Drenthe laat juist het tegenovergestelde zien.

Het karakteristieke Drentse landschap is niet ontstaan door afwezigheid van landbouw, maar door eeuwenlang agrarisch beheer: de essen, houtwallen, brinkdorpen, beekdalen en open landbouwgebieden vormen samen het landschap dat inwoners en bezoekers waarderen.

Wanneer landbouwgrond structureel wordt omgezet naar natuur, waterberging of extensieve functies, verandert niet alleen de bedrijfsvoering van boeren, maar ook het aangezicht van Drenthe.

Het risico bestaat dat het landschap waarvoor men zegt op te komen juist verdwijnt.

Een provincie zonder boerenbedrijven wordt geen authentieker Drenthe. Het wordt een provincie waarin cultuurhistorie langzaam plaatsmaakt voor een beleidsmatig ontworpen landschap.

Water en bodem sturend: logisch principe, eenzijdige uitwerking

Niemand zal bestrijden dat water en bodem belangrijke randvoorwaarden zijn. Maar in het TLGD lijken water en bodem sturend te worden voor landbouw, terwijl landbouw nauwelijks sturend mag zijn voor de inrichting van het gebied. De consequenties liggen vrijwel volledig bij de agrarische sector:

* hogere grondwaterstanden;

* beperkingen op bedrijfsvoering;

* lagere opbrengsten;

* afwaardering van landbouwgrond;

* verminderde investeringsruimte.

De vraag die onvoldoende wordt beantwoord is wie uiteindelijk de rekening betaalt?

Veel boeren krijgen te maken met structurele beperkingen, terwijl de maatschappelijke voordelen grotendeels elders worden geclaimd.

De grootste tekortkoming: geen visie op voedselsoevereiniteit

Misschien wel het grootste gemis van het TLGD is dat het nauwelijks aandacht besteedt aan de strategische waarde van voedselproductie.

Europa wordt geconfronteerd met geopolitieke onzekerheid, verstoringen van handelsstromen, klimaatverandering en toenemende druk op landbouwgrond. Juist in die context zou een provincie als Drenthe moeten uitspreken dat hoogwaardige voedselproductie een publiek belang is!

In plaats daarvan lijkt de discussie vrijwel uitsluitend te gaan over emissies, waterstanden en natuurdoelen.

Dat is een opmerkelijk eenzijdige benadering. Een provincie kan niet eten van stikstofreductie. Een provincie kan niet leven van natuurdoelen alleen. Een vitaal platteland vraagt ook om rendabele boerenbedrijven die voedsel produceren, investeren, werkgelegenheid bieden en het landschap onderhouden.

Conclusie:

Het TLGD dreigt uit te gaan van een verkeerd uitgangspunt: dat landbouw vooral een probleem is dat moet worden opgelost.

De werkelijkheid is dat landbouw één van de belangrijkste oplossingen is voor een leefbaar en vitaal Drenthe.

  • Zonder boeren geen voedselproductie.
  • Zonder boeren geen economisch sterke plattelandsgemeenschappen.
  • Zonder boeren geen karakteristiek Drents cultuurlandschap.

Een toekomstgericht plan voor het landelijk gebied zou daarom moeten beginnen met de vraag hoe landbouw, natuur en water elkaar kunnen versterken. Het TLGD begint te vaak met de vraag hoeveel ruimte landbouw moet inleveren voor andere doelen.

En precies daar wringt het.

Want een provincie die haar boeren stap voor stap terugdringt, loopt het risico uiteindelijk niet alleen productiecapaciteit te verliezen, maar ook het landschap, de bedrijvigheid en de identiteit die Drenthe tot Drenthe maken!

FDF Bestuur
12 juni 2026

Tags: geen tags